Monique: Dag Peter, alles goed?
Peter: Dat moet wel. Alle dagen moet ik opgewekt zijn, geduldig, nauwgezet, ijverig en ambitieus. Bovendien moet ik goed gekleed gaan, mobiel uitgerust zijn en vooral geïnstalleerd. Welbespraakt, zij het electronisch enz…
Met een sardonische lach heeft Peter Motte de voordeur van zijn ouderlijke woning opengedaan en laat mij nu binnen. Een vrouwelijke bejaarde persoon vertoont zich
eventjes in de gang, waarschijnlijk om mijn jas aan te nemen, maar ik ben gewoon in
een pulletje gekomen.
Monique: Oh dag mevrouw, aangename kennismaking, eh…
Mevrouw Motte:Paps en ik hebben samen Peters kamer gearrangeerd. We hebben de reservetafel die in de logeerkamer thuishoort op Peters kamer gezet en er een vrolijk gebloemd tafelkleedje opgelegd. Het bed zul je niet vinden, neen de trap op, de zaak gaat boven door.
Ze wou nog iets zeggen maar zweeg. Ondertussen zijn we boven gekomen.
Mevrouw Motte: Dit deurgat leidt naar onze pa zijn rommelkot.
Ze trekt nog vlug de deur toe, haalt een sleutel uit haar zak, steekt hem in het sleutelgat, draait de deur in het slot en steekt de sleutel in haar beha. Vervolgens neemt ze heel theatraal post voor de deur met gespreide armen, het heiligdom angstvallig beschermend voor ieder ongewenst spiedend oog. Peter en ik stappen zijn kamer binnen, duwen vlug de deur toe, springen af op een lage kast die we voor de deur schuiven. Daarna nemen we plaats in de fauteuils.
(wordt vervolgd)



